
De Masteropleiding Film streeft ernaar de kwaliteit van de (Nederlandse) film te versterken door eigenzinnig talent de kans te geven zich verder te ontwikkelen in een setting die aanzet tot verdieping, verbreding en vernieuwing. Dat betekent dat er aandacht is voor reflectie op film, filmtheorie en filmpraktijk (verdieping), dat er aandacht is voor andere kunstvormen en relevante maatschappelijke ontwikkelingen (verbreding) en dat onderzocht wordt in hoeverre technologische ontwikkelingen de aard van het filmmaken en het filmbedrijf beïnvloeden (vernieuwing). De opleiding is gericht op de persoonlijk professionele ontwikkeling van de maker en heeft een individueel en onderzoeksmatig perspectief.
Studenten worden aangenomen op basis van eerder werk, hun motivatie en een studie- of onderzoeksplan. Dat kan een studie zijn ten behoeve van een artistiek of commercieel filmplan, een vraag met betrekking tot sound design of productie, maar ook een onderzoek dat de grenzen van film opzoekt en uiteindelijk leidt tot een installatie of een concept voor een filmproject in de openbare ruimte.
De studieplannen vormen de basis voor een onderwijstraject dat, na de eerste maanden, sterk individueel van aard is en een grote mate van zelfstandigheid vereist. Elke student krijgt zijn eigen coach of mentor, die de student begeleidt bij de uitvoering van zijn onderzoeksplan. De opleiding biedt daarnaast faciliteiten voor praktijkopdrachten, oefeningen en experimenten. Vanwege het uitgangspunt van de opleiding – reflectie - behoort het maken van een (lange) speelfilm of documentaire niet tot de mogelijkheden.
Het eerste jaar staat in het teken van de ‘theorie van de praktijk’ en bestaat uit drie delen. In deel 1 wordt de werking en betekenis bestudeerd van plaats, tijd en handeling in film. Dit wordt afgezet tegen andere kunstvormen en geplaatst binnen bredere cultuur-maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt in de vorm van colleges, workshops en excursies. Ook vindt in deel 1 een workshop plaats over ontwikkeling- en onderzoeksmethoden. In deel 2 voeren de studenten individueel of gezamenlijk een omvangrijke praktijkopdracht uit die bedoeld is om de eigen onderzoeksvraag aan te scherpen. In deel 3 wordt de onderzoeksvraag definitief geformuleerd en in een werkplan gegoten.
Het tweede jaar is gewijd aan de uitwerking van de onderzoeksvraag. Daarnaast worden verschillende workshops aangeboden. De student kan voor de begeleiding van zijn onderzoek beroep doen op een coach van eigen keuze uit binnen- of buitenland; ook stages of cursussen in binnen- of buitenland behoren tot de mogelijkheden. De opleiding stelt daarvoor een bescheiden onderzoeksbudget ter beschikking. De koppeling tussen reflectie en praktijk betekent dat elke onderzoeksvraag een of meerdere presenteerbare producten oplevert. De vorm daarvan zal echter per project verschillen – van een script of een aantal verfilmde scènes tot een pilot voor een installatie of een digitale omgeving. Onderdeel van de ‘meesterproef’ is tevens een essay waarin ingegaan wordt op achtergrond, proces en betekenis van het project. De meesterproef legt het fundament voor een project dat na afloop van de opleiding kan worden uitgevoerd.
Download het programma 2010-2011 (introductie)
Reinier Noordzij (tweede jaars student)
Bij de Master Opleiding wordt veel van je verwacht. Je moet je eigen filmische kar trekken. Zo wordt je uitgedaagd deze kar naar de sterren te brengen.
Lees meer over Reinier en andere studenten 2009-2011.