
Compositie - Als geen ander is de cameraman in staat te kijken en heeft gevoel voor beeldcompositie en licht. Hij moet kunnen kijken naar hoe iets in beeld staat, naar hoe het licht valt, naar hoe de acteur zich op zijn best voelt. Hij moet gevoel hebben voor ritme en camerabeweging en bepaalt aan de hand daarvan de sfeer van de film, en vertelt het verhaal door middel van beelden in een voor de film specifieke filmstijl.

Communiceren - Op basis van het scenario gaat de cameraman/vrouw aan het werk. Hij vormt zich een beeld van de film en maakt een ´vertaling´ van de tekst naar beeld. De cameraman werkt nauw samen met de regisseur en de production designer aan de visuele verbeelding van het verhaal. Om op de set productief en creatief aan het werk te kunnen moet je veel praten en overleggen.
Samenwerken - Aan de academie word je opgeleid tot cameraman. Dat kan bijvoorbeeld in een klein team bij documentaires waar je met een regisseur en een geluidsman werkt. Maar bij een grote speelfilm geef je als Director of Photography leiding aan een hele afdeling die bestaat uit medewerkers voor camera, grip en licht. Hoe groot een productie ook is, essentieel voor een goed resultaat is dat er zonder samenwerken niets tot stand kan komen.
Spelverdeler - Vergelijk je de regisseur met de dirigent van een orkest of de coach van een voetbalteam dan is de cameraman/-vrouw de 1e violist of de spelverdeler. Op de set ben je een centrale figuur. Je moet met veel mensen overweg kunnen, leiding kunnen geven maar ook kunnen assisteren. Een eigen mening hebben en die kunnen formuleren is ook belangrijk. Verder moet je abstract en analytisch kunnen denken.
Techniek - Belangstelling voor techniek is niet het belangrijkste voor een cameraman maar enige aanleg heb je wel nodig.