
In 2008 bestond de NFTA vijftig jaar. Dat zijn vijf decennia, zeven directies, een handvol gebouwen, zo'n 2200 nieuwe film- en televisiemakers en ontelbare kilometers film en video.
Dr. Jan Marie Peters richtte de Nederlandse Film Academie in 1958 op. In 1960 werd de NFA officieel erkend. Sindsdien is de overheid de belangrijkste subsidiegever.
In 1965 werd het onderwijs aan de Nederlandse Filmacademie met twee jaar uitgebreid tot een vierjarige studie. Voor het eerst werden drie studierichtingen aangeboden: een 'artistieke' richting met vakken als regie en scenario, een 'technische' richting met vakken als camera, geluid en montageƩn een productierichting.
Elektronische media kregen steeds meer invloed binnen de opleiding. Daarom nam men in 1975 het besluit om film en televisie een gelijkwaardige plaats binnen het lessen- en praktijkprogramma te geven. In dat jaar werd ook de naam van de opleiding officieel gewijzigd in 'Nederlandse Film en Televisie Academie'.
De academie fuseerde in 1987 met een aantal andere HBO-kunstopleidingen tot de
Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK). De AHK bestaat uit het Conservatorium van Amsterdam, de Theaterschool, de Academie voor Beeldende Vorming, de Academie van Bouwkunst, de Reinwardt Academie, de Nederlandse Film en Televisie Academie. Binnen de AHK wordt onder andere samengewerkt in onderwijsprojecten en op het gebied van artistiek en theoretisch onderzoek.